De mens is een ritueel dier

filosofie Jan 09, 2021

Inleiding

Rituelen: Herman den Dijn

In onderstaand verhaal heb ik gekozen voor het vierde deel van het boek rituelen van Herman de Dijn dat handelt over ‘Mythe en Rite in de Moderne Tijd’. Het thema waar ik me op zal concentreren betreft de teloorgang van tradities en religieuze praktijken in de postmoderne tijd. De viering van de ongekende mogelijkheden van het uit de oude paternalistische bevrijdde ‘ik’ lijkt steeds meer af te stevenen op een haast niet te stuiten ondergang van de vaste ijkpunten - veelal religieus van origine - zoals die ooit een vast onderdeel waren van onze leefwereld waren. Ooit was een algemene zondagsrust doodnormaal, bestond Kerstmis uit drie dagen en was er nog enig besef naar welke gebeurtenissen de Christelijke feestdagen verwezen. Dat zal heden ten dage niet meer zo vanzelfsprekend zijn. In deze über-verlichte tijd is menigeen op zoek naar nieuwe vormen van zingeving om het gat in het metafysische vacuüm enigszins te dichten.

Het thema heeft mijn persoonlijke interesse omdat ik mijzelf concreet voor dit vraagstuk geplaatst zie in het runnen van ons bedrijf, een school gericht op persoonlijke ontwikkeling gebaseerd op het gedachtegoed uit de Gurdjieff/Ouspensky traditie, ook wel ‘De Vierde Weg’ genaamd (Ouspensky 2009). De naam van onze school is ‘NoMoreGurus’ wat een directe verwijzing is naar de ongelofelijke wildgroei aan ‘aandachtsmachines’ die zich met de meest mooie beloften een stuk van de zingevingsmarkt proberen te bemachtigen. Helaas komen veel van deze ‘moderwetste’ moraalridders niet veel verdere dan een tomeloze exercitie in pseudo positiviteit waar je je geen buil aan kan vallen. Deze verleiding is ons niet vreemd en tegelijkertijd laat het fundament van ons gedachtegoed het niet toe om gemakkelijk in te spelen op oppervlakkige sentimenten en verlangens. Het gedachtegoed van ‘De Vierde Weg’ wordt ook wel ‘Esoterisch Christendom’ genoemd en - ondanks dat het nog steeds niet helemaal helder is wat de ware oorsprong is van het werk – zijn er duidelijke aanwijzingen dat de wortels van ‘De Vierde Weg’ gezocht moeten worden in de Indiase traditie van de ‘Advaita Vedanta’, het Soefisme uit het Midden-Oosten en de Evangeliën.

De Vierde Weg

’De Vierde Weg’ is dus niet het zoveelste gemakkelijke New Age verhaal maar confronteert de moedige lezer meteen met zijn of haar eigen arrogantie, hoogmoed en eigendunk. Het stelsel slaat een krater in het tomeloze vertrouwen van de postmoderne spiritualiteits-discipel en de vaak te gemakkelijk geponeerde principes van de ultieme maakbaarheid van je eigen geluk. Het stelsel van ‘De Vierde Weg’ zijn allerminst zoetsappige jubelverhaaltjes die als pleister dienen op de overspannen emotionele kneuzingen van de verongelijkte over-zelfbewuste mens. Het stelsel vraagt een hoge toewijding en laat zich niet anders verspreiden dan door de bewogenheid van mensen uit de school. Het was Gurdjieff die stelde dat ‘het werk’ nooit populair zou worden omdat de mens van nature in slaap is én niet weet dat hij in slaap is en derhalve ook nooit de behoefte kon hebben om wakker te worden. Het stelsel van ‘De Vierde Weg’ stelt verder dat de mens een machine is als onderdeel van de veel grotere machinerie van de mensheid. De mens is een machine die denkt dat hij geen machine is en dus onder de illusie leeft dat hij of zij beschikt over een vrije wil. Volgens het stelsel van ‘De Vierde Weg’ is de mens echter een bijzondere machine omdat het een machine is die zich bewust kan worden van zijn eigen machine-zijn. Enige mate van vrije wil is dus mogelijk maar een functie van de inspanning om ‘jezelf te herinneren’ (zelfherinnering) present te zijn. Zelfherinnering betekent in de praktijk je te realiseren dat je niet present c.q. in slaap bent. Dat is de boodschap. Het stelsel is niet bedoeld voor mensen die het nodig hebben maar voor mensen die weten dat ze het nodig hebben. Mensen die weten dat ze in slaap zijn en weten dat ze daar in hun eentje niet uit kunnen geraken.

Geen eenvoudige opgave.

Vandaar ook dat het niet gemakkelijk is een dergelijk veeleisend stelsel in de wereld te zetten. De grote inspanning die dat van ons vraagt geeft voeding aan veel innerlijke strijd.  Twijfel aan de juistheid van de gekozen weg maar tegelijkertijd de onmogelijkheid om niet trouw te zijn aan dat wat als waarachtig verschijnt, is de basis voor mijn interesse voor het discours in het door mij gekozen hoofdstuk van het boek van Herman de Dijn.


De mens is een ritueel dier

Uitgangspunt van ‘Rituelen’ is dat ritualiteit des mensen eigen is en dat ondanks alle zegeningen van de verlichting de mens zijn verlangen naar zingeving en het vinden van een diepere waarheid niet verloren heeft. Vanaf het moment dat Spinoza begon te morrelen aan veel van de antropomorfe leerstellingen van de religie, heeft deze rationalisering het geloof ontdaan van veel van haar onverifieerbare metafysische uitgangspunten. Zo verloor het geloof bijvoorbeeld haar monopolie op de oplossing van het probleem van het leven na de dood en het concept van de onsterfelijkheid van de ziel. In de vaart de volkeren en de voortgang van wetenschappelijk inzichten moesten steeds meer religieuze ‘waarheden’ in vraag gesteld worden en stilaan verloor de religie haar onwrikbaar geachte statuut. Het bouwwerk begon te schuiven en daarmee ook veel van de tradities waarvan de functie veel verder rijken dan louter het overbrengen van theologische principes. Waar de religie ooit de ruggengraat vormde van het menselijke bestaan werd zij steeds meer gedegradeerd tot een schamel excuus voor aantal extra vrije dagen die een nationale kruistocht naar de eerste de beste woonboulevard mogelijk maakt. Een nieuwe traditie is geboren.

Erfenis

Een gemeenschap is fundamenteel voor ieder mens maar een gemeenschap weet zichzelf juist gefundeerd in de erfenis van de waarden van haar tradities. Een traditie staat aan de basis van een cultuur die antwoorden kan geven op praktische vragen zoals de omgang met ziekte, sterven, tegenslag maar ook momenten van viering en geluk. Religie gaat over diepmenselijke zaken, voor zowel gelovigen als niet gelovigen, waar de wetenschap geen soelaas kan bieden. De religie vindt haar autoriteit op basis van de openbaring of van het mirakel als een interventie van een zorgende God. Maar wat blijft er nog over als het wetenschappelijk denken er steeds meer in slaagt om de puzzels van het wonder van de openbaring te ontrafelen? Het ligt voor de hand om de concluderen dat de religie uiteindelijk het onderspit zal delven en misschien niet veel meer zal zijn dan een soort vaag deïstisch principe waarvan het bestaan van God op geen enkele manier met de rede in overeenstemming valt te brengen.

Pascal en Hume

De Dijn wijst er terecht op dat de objectieve wereld van de wetenschap zichzelf geïsoleerd heeft van de normale dagelijkse leefwereld. Het waren Pascal en Hume die ons reeds leerde dat de leefwereld niet geleefd kan worden vanuit de ratio maar slechts vanuit ‘de wijsheid van het hart’. Pascal voegde daar nog aan toe dat de God van de filosofen - lees de wetenschappers - niet de God van Abraham is. In de leefwereld verschijnt ‘de waarheid’ in de vorm van de subjectieve waarheid van het individu. Niet als de waarheid van een objectief gewaande wetenschap. Zingeving in het dagelijks leven van het subject toont zich in multidimensionale thema’s op het gebied van de ethiek, esthetiek en zingeving. Het getuigt van weinig wijsheid om de evidentie van de waarachtigheid van die leefwereld uit te drukken in koele wetenschappelijke termen. Het zou welhaast tot een onaanvaardbare reductie van het wezenlijke leiden die De Dijn typeert als het Sciëntistisch Masochisme

De waarde van herhaling.

De waarde van een ritueel zit hem niet in het vermeerderen van de rationele kennis maar in de herhaling van het eenduidige waarin het zijn unieke verbinding met het hogere mogelijk maakt. Religie komt van ‘religare’ - verbinden en van ‘re-legere’ - herhalen. Het is het verbinden door het herhalen waarin het wezenlijke tot uitdrukking komt. Ieder ouder weet dat een kind het liefst heeft dat je zijn of haar favoriete verhaaltje keer op keer voorleest. En wee je gebeente als je het ook maar waagt één woord of zinsnede te veranderen!

Het herhalende is tevens een manier van leren die ook ver te zoeken is in het huidige academische onderwijs waar de druk op het verschepen van zoveel mogelijk informatie in zo min mogelijk tijd de norm lijkt te zijn. Het rücksichtsloos overvoeren met eindeloze bergen tekst is een hardnekkig restant van paternalistisch didactiek die stamt uit de tijd van het schoolplankje waarvan je je werkelijk kunt afvragen hoe lang het nog duurt voordat ook daar de herontdekking van de ‘old way forward’ zijn intrede zal doen. De kennis die voorkomt ui het onderzoek naar wat het is om mens te zijn, belichaamt misschien wel de essentie van de verschillende tradities in de geschiedenis van de filosofie, is holistisch van aard en vindt zijn verdieping en lijfelijk beklijven juist in de herhaling.

Verslaafd aan afleiding

De Dijn wijst er terecht op dat er in de laat-moderne tijd geen tijd meer is voor herhalen. Niet alleen in het onderwijs. De mens is verslaafd aan afleiding en de riten van deze tijd zijn steeds meer gericht op het ervaren van steeds weer nieuwe prikkels en het ondergaan van een schier eindeloze stroom aan aangename ervaringen. ‘You Only Live Once’ is het credo onder de ijzeren wet van de ‘Fear Of Missing Out’. Al met al ontbreekt er steeds meer een stabiel waarden-gedreven kader waardoor het individu elke band met een waarheid groter dan zichzelf lijkt te zijn verloren. 

Het Lego van het Ego

Tradities biedt de mens instrumenten om zich te kunnen verbinden met de cultuur van hun gemeenschap. Een gemeenschap die een cruciale rol speelt in het vormen van een autobiografisch geheugen, welke onlosmakelijk verbonden is met de fundering van de identiteit van het individu. Een mens die niet weet wie hij was, is of zal zijn, in relatie tot anderen, is hopeloos verloren in een moeras van nihilisme dat geen enkele houvast meer lijkt te bieden.

Eigen smaak

Het idee van ‘zelf’ kun je echter tegenwoordig geheel naar eigen smaak en believen bij elkaar knutselen in de wondere wereld van de sociale media. Ogenschijnlijk ontdaan van alle nadelen van werkelijk sociaal verkeer - conditionering, afkeuring, terechtwijzing en het mogelijk verlies van lidmaatschap van de groep - is een rijk gevuld netwerk van vrienden en contacten voor iedereen zonder enig risico beschikbaar. Bart Pattijn (Pattyn 2009, 2) spreekt in dit verband over: ‘een morele utopie als zijnde de creatie van een argeloze maatschappelijke verstandhouding waarin niemand zich fout, mislukt of oppervlakkig hoeft te voelen. Een verstandhouding die niet getekend wordt door ideologieën het vermogen hiërarchische rechtvaardigheidsverschillen in te stellen’ Hij gaat verder door te stellen dat de vrijheid van die vrijblijvendheid ons evenwel niet ontslaat van morele plichten. In tegendeel; de vrijblijvendheid schept een geheel nieuw arsenaal aan morele plichten die echter van een geheel andere aard zijn dan de traditionele morele plichten.

Maakbaar

Zo is de mens het aan zichzelf moreel verplicht, in deze laat-postmoderne tijd, zijn eigen ego in elkaar te zetten. De mens is immers maakbaar en geluk slechts een kwestie van willen en doorzetten. Wie daarin niet slaagt heeft gewoon niet genoeg positief gedacht en moet dan zelf ook maar op de blaren zitten. Een identiteit kan je namelijk vrij creëren, los van je genetische afkomst of je milieu. Dat weet toch iedereen! Daarnaast zijn er aanbieders in overvloed van allerhande ‘bouwstenen’ (‘het lego van het ego’) waarmee alles mogelijk lijkt te zijn en waardoor niemand meer het idee hoeft te hebben ‘er niet te mogen zijn’. Het alarmerend aantal stijging van zelfdodingen onder jongeren zou een veeg teken aan de wand moeten zijn dat er misschien toch iets wezenlijks ontbreekt in deze ‘lego-ego’ ideologie?

Verbinden met het verleden

In het scheppen van je eigen wereld onder de regie van je eigen wetten en je eigen voorkeuren, ontneem je jezelf van de wezenlijke instrumenten om je te verhouden tot het wonder van het leven. Tradities zijn dé instrumenten waarin je je tegelijkertijd kunt verbinden met je verleden - je voorouders - als met je toekomst - je nakomelingen. Het zijn de bouwstenen van de identiteit waar je maar bitter weinig over te zeggen hebt, omdat het misschien maar beter is dat je daar weinig over te zeggen hebt, omdat het ons misschien domweg ontbreekt aan de wijsheid om daar iets van enige importantie over te zeggen te kunnen hebben. Zeker voor wie vers aan de start van het leven staat.

Onmetelijk geluk

Volgens De Dijn beschermen rituelen ons tegen het potentieel van de onmenselijke eisen die we heden ten dage stellen en geven ze handvatten bij verdriet bij rouw. Want de illusie van de maakbare wereld met haar dictaat van de maakbaarheid van een oneindige en onmetelijke geluk weegt zwaar op ieders geweten. Zodra de illusie door haar hoeven zakt - zoals dat uiteindelijk bij iedere illusie vroeg of laat het geval is - zijn de rapen pas echt gaar. Wie zich dan niet kan verlaten op de instrumenten die groter zijn dan de intelligentie van het eigen ego, zal er nog een zware dobber aan hebben om het hoofd boven water te houden.

Postmoderne God

Descartes en Spinoza luidde met hun vertrouwen in de ratio de moderne tijd in en stootte daarmee de onaantastbaar gewaande absolute status van het geloof van de troon. Het was het begin van een ontwikkeling die zich onstopbaar doorheen de tijd doorzette tot de postmoderne tijd waarin we nu leven. In deze tijd is God niet meer de God die alle antwoorden heeft. In deze tijd is het geloof in jezelf de nieuwe religie en voor nu het enige en ware geloof. Eenieder heeft recht en maakt aanspraak op zijn eigen ‘waarheid’ en het respecteren van de veelheid aan waarheden die dat tot gevolg heeft, is slechts mogelijk met een extreem hoge mate van tolerantie. Tolerantie impliceert echter dat je een egalitair liberale positie inneemt om de pijn van verwerping uit te sluiten en de collectief gerespecteerde tegenstelling - als gevolg van het erkennen van verschillende waarden - te discrediteren.(Pattyn 2009, 7)

Waarden zijn aangeboren?

Pattijn lijkt hiermee te alluderen op het feit dat er bepaalde waarden zijn die ‘innate’ zijn aan het mens-zijn en dat we in het overdrijven van onze eigen maakbaarheid een fundamentele ontkenning begaan. Eerder sprak ik al over de ideologie van het ‘lego van het ego’ en de overdreven focus op de verwezenlijking van jezelf. Deze wending veroorzaakt een 180 graden verschuiving op de visie van het fenomeen ‘gemeenschap’. De ander is niet meer de persoon die onontbeerlijk is om samen in een bepaalde traditie verbonden te zijn. De ander is voor het oog van het ego niet veel meer dan een mogelijkheid om zich in bewondering door te laten bevestigen. De ander is niet meer een doel op zich maar een instrumenteel object in het realiseren en onderscheiden van jezelf. Het overdreven geloof in jezelf - in tegenstelling tot het geloof in iets dat groter is dan jezelf - leidt bijkans onontkoombaar tot een welhaast ondraaglijke lichtheid van het bestaan. Het reeds door Nietzsche voorspelde nihilisme begint zijn sporen na te laten.

Een religieus wezen

Volgens De Dijn is en blijft de mens echter - ondanks alles - een ritueel en religieus wezen. Een mogelijke terugkeer van het religieuze betekent echter volgens hem niet de heropleving van religie zoals we dat uit de geschiedenis kennen. Religie wordt vervangen door, zoals De Dijn het noemt: “een bricolage van allerlei spirituele ervaringsmachines die in haar diffuse religiositeit er ook niet in slagen het leven een diepgaande zin te geven”

Frivole Keuze

Religiositeit wordt het product van de frivole keuze van het individu, een verdere expansie van een groteske zelfbeschikking. Alles draait om ongelimiteerde vrijheid van het ‘ik’ dat op creatieve wijze vormgeeft aan zijn eigen leven. In de laat-moderne tijd wordt het ‘ik’ van de Selfie maatschappij de nieuwe God. De genadeloze behoefte van het overspannen ‘ik’ om zichzelf continue te etaleren op de social media’s in haar onlesbare nood naar bewondering, is een narcistische manier van zingeving die uiteindelijk leidt tot zelfverlies. Spiritualiteit is in dezelfde lijn gereduceerd tot een soort bouwpakket als zijnde een samenraapsel van een aantal wel ‘goed’ voelende quasi spirituele praktijken. Het blijkt echter een devotie te zijn die het aan echte devotie ontbreekt. Het postmoderne ‘ik’ waant zich de koning te rijk maar heeft echter weinig werkelijke kennis van zaken als het aankomt op de essentie van een religie, de waarde van tradities en het belang van de cultuur van gemeenschap om deze te laten dragen. ‘Holy Ignorance’ noemt De Dijn het. Religiositeit wordt een instrument om problemen mee op te lossen, goede sier te maken bij je vrienden op Facebook of om een vluchtig verlangen naar erkenning te stillen. De postmoderne religiositeit moet de therapie worden voor de ziekte die het zelf veroorzaakt heeft. En op die markt voelen velen zich uitverkoren om daar de nieuwste mythes aan de man te brengen…

Kolonisatie van de zingeving

Waar een behoefte is daar is een markt. De mens is een religieus wezen met een intrinsiek verlangen naar verdieping. Daar waar een markt is zijn aanbieders. En die aanbieders zijn er het laatste decennia in allerlei soorten en maten. De moderne dolende moraalridder kan met een paar eenvoudige zoektermen toegang krijgen tot een breed pallet aan mogelijkheden om de ziel te masseren. Religie is een product geworden - als het dat al niet van origine ooit was - die zich zeer flexibel laat plooien naar de vraag van de consument. De klant is niet meer op zoek naar een weg voor het leven maar op zoek naar een concrete oplossing voor een concreet probleem, nu! Uitgevers van zelfhulpboeken weten maar al te goed dat ze een product in handen hebben dat zich steeds weer in net ander jasje gemakkelijk aan dezelfde doelgroep laat slijten. Mensen lezen graag steeds opnieuw dezelfde opgeblazen filosofietjes, zichzelf voor de gek houdend dat ze zo ‘bewust’ zijn en kranig aan zichzelf werken. Werkelijk werken aan jezelf is geen functie van het lezen van een boek waarin jij uiteindelijk degene bent de beslist hoe je het mag begrijpen. Een traditie, een school in de ruimste zin van het woord, is per definitie gebaseerd op een praktische, vaak orale traditie van een gemeenschap waarin je de werkelijke waarde vindt buiten jezelf.

Therapeutiserend

In de bricolage van aandachtsmachines gaat niet om een vervulling op de lange termijn maar om het therapeutiseren van het jezelf en het scheppen van een surrogaat-paradijs in het hier en nu. Kerken zijn op zoek naar ‘nieuwe cliënten’ en passen hun diensten aan de wensen van de moderne mens die opzoek is naar een voortdurende prikkeling van de zintuigen en het stillen van direct begeerten. Het is de realisatie van een eindeloos herhaald ‘nu’ vastgenageld in de eeuwig terugkeer van hetzelfde.

Instrumenteel

Werkelijke verwezenlijking van jezelf vraagt echter het opgeven van het idee van jezelf. Men dient het ‘ik’ te overstijgen maar tegelijk is het toch het ‘ik’ dat dat wil. Het streven naar geluk vereist het loslaten van geluk waarbij het geluk staat voor het lukken van het onverwachtse. Maar hoe kan het onverwachtse nog onverwachts zijn als het zich heeft laten temmen tot iets instrumenteels? We willen allemaal gelukkig zijn waarbij vrijheid de ultieme mogelijkheidsvoorwaarde van is. Maar hoe kun je vrij zijn als je verslaafd bent aan het bevredigen van je eigenwaarde in afhankelijkheid van de ander? Vrijheid is geen functie van het vrij zijn van dwang. Werkelijke vrijheid is een functie van trouw kunnen zijn aan een hoger doel. Een vrijheid die in dezelfde lijn volkomen paradoxaal lijkt aangezien het trouw zijn aan een hoger doel inhoudt dat je veel moet doen wat je niet wil. Maar naar de dogma’s van de ‘Postmoderne God’ wil iedereen altijd vrij zijn van het juk van tradities en het gezag van dat wat groter is dan jezelf. Het is een wens die lijkt voort te komen uit een incomplete ouder-kind relatie waarbij het natuurlijke gezag van de ouder over het kind als ‘verkeerd’ is ervaren.

Concept van vrijheid

Vrijheid belichaamt het idee van het scheppende individu. Vrijheid impliceert gehoorzaamheid en trouw zijn aan een hoger ‘zelf’, een idee dat onverzoenbaar lijkt met het postmoderne ideaal van zelfbeschikking en autonomie. Vrijheidsregime van het postmodernisme voert tolerantie hoog in het vaandel. Het is zelfs verboden om te verbieden door bijvoorbeeld traditioneel [niet vrij] te leven.

De traditionele religieuze elementen die het individu wel binnen zijn eigenhandig gekozen religiositeit vindt passen, dienen echter louter om de zelfexpressie van het individu te dienen. Gevaar tot ontwijding ligt op de loer. Sartre schokte de naoorlogse wereld met zijn stelling dat de mens veroordeeld is om vrij te zijn en zich niet meer kan verbergen achter traditie, opvoeding of welke omstandigheid dan ook. Maar vrijheid impliceert de onontkoombare verantwoordelijkheid voor de uitbouw van het eigen levensproject. Deze verantwoordelijkheid verplicht je tot het eindeloos werken aan de creatie van het zelf. Het is een dubbele dwang: aan de ene kant de verplichting om vrij te zijn en de dwang om je te conformeren aan het postmoderne vrijheidsregime

Conclusie

Komt het nog goed met de moderne mens? De verlichtingsdenkers uit de 17e en 18e eeuw veronderstelde dat met het toenemen van de rationaliteit het verdwijnen van de religies slechts een kwestie van tijd zou zijn. Dat lijkt niet helemaal te zijn uitgekomen. Voorlopig. Want wie weet dat de mensheid uiteindelijk toch nog eindigt in het radicale utopische alternatief van de wonderen van de biotechnologie, artificiële intelligentie en robotica. De Dijn lijkt ons te willen herinneren dat de rituele mens uiteindelijk nog steeds in staat is om de roeping van zijn leven te horen en die te gehoorzamen. Het ene lijkt een logisch gevolg van het ander. Want is het ritueel niet bij uitstek een erfenis van de hele mensheid die altijd al - bewust of minder bewust - zich heeft verwonderd over zijn eigen bestaan, het bestaan van de kosmos en wat de grotere betekenis is van het aardse bestaan. Ritualiteit is misschien wel een onderdeel geworden van onze biologische structuur die zich niet in een paar eeuwen laat afschudden. Als zingeving een voordeel is voor het overleven van de soort dan mag je erop vertrouwen dat het in de geest van de ultieme waarheid present is en dat de zin van zingeving de zin van het leven zelf behelst.

Doet het er nog toe wat ik er persoonlijk van vind? Ik probeer me kranig te weren tegen een te sterk gevoel van ‘vroeger was alles beter’ waarvan iedereen wel weet dat dan het einde van je jeugdigheid van geest nabij is. Ik denk dat De Dijn - ook niet meer de jongste - zeer treffend het probleem van het verlies van identiteit en ‘belonging’ in het licht van de teloorgang van religie, rituelen en traditie heeft gethematiseerd. Het is belangrijk om de problemen van de tijd te relativeren met de problemen van de tijd dat ‘alles beter was’. Dat kunnen we uiteindelijk nooit voor de 100% zeker weten en helpt ons niet verder in het adresseren van de uitdagingen van deze tijd.


Bibliografie

Dijn, Herman de. Rituelen: Waarom We Niet Zonder Kunnen. Kalmthout, België: Polis, 2018.

Ouspensky, Pjotr. 2009. De Vierde Weg. Vertaald door Carolus Verhulst. Milinda Uitgevers B.V.

Pattyn, Bart. 2009. “De egalitair liberale neutralisering van elke publieke rechtvaardiging”. Ethische Perspectieven 19 (3): 246–65.

Blijf op de hoogte van mijn Webinars,
Trainingen en Special Events

Schrijf je in op onze mailinglijst en je hoort als eerste als ik nieuwe video's en andere content release. Profiteer van 'early bird' aanbiedingen en wees een van de eerste die alle updates te horen krijgt.

Subscribe
Close

50% Complete

Halverwege...

Vul je naam en beste emailadres We gaan je niet spammen en je kunt je ten allen tijden weer gemakkelijk uitschrijven. Beloofd!