Dialogues and the History of Natural Religion by David Hume

Uncategorized Jul 15, 2020
 

Een hele goeie dag en welkom bij 'Franks Boekenkast' waarin we op 'boeken-safari' gaan naar 'de wijsheid van de wereld' in de 'Boekenkast van Frank' waarvan ik de meeste boeken.....helemaal nog nooit gelezen heb!

Maar ja, ik ben een stuk wijzer geworden want ik begin steeds meer boeken in ieder geval een eerste blik te gunnen en eens even te kijken waar ik nou gewoon op stuit als ik spontaan een duik nemen in die wijsheid.

Eén van de boeken die al eerder ter tafel zijn gekomen in deze reeks is het kleine boekje van David Hume over de 'Dialogues and the natural History of Religion'

Dat boek heb ik dus wel gelezen, was een onderdeel van mijn studie en daar werd het klassikaal gelezen...'Close Reading' heet dat.

Nou, dan worden letterlijk elke zin wordt op een goud schaaltje gewogen. Want het punt is met die filosofen die zeggen nooit meer zo maar iets.

Daar staat geen zin bij die niet op één of andere manier toch een diepere laag heeft en misschien nog wel een diepere laag onder een diepere laag. Nou ja, ga maar door... dus de wijsheid is vaak dieper dan dat wat je op het eerste gezicht ziet. En daarvoor heb je dus een extra goeie bril nodig om er doorheen te komen.

Nou, die heb ik vandaag ook bij me want ik heb een aantal mails gekregen van mensen die zeggen:

"Frank, dat boek, dat intrigeert mij. Het intrigeert mij dat zo'n David Hume in die achttiende eeuw met die dialoogvorm in staat is gebleken om toch op één of andere manier een punt te maken.

Maar er zijn vragen over die dialoogvorm, want de dialoogvorm die is niet nieuw. Die is al eerder bij Plato gebruikt in Berkeley.... moet ik zeggen. En de dialoogvorm is een gekend...eh... - Cicero heeft het ook gedaan - is een bekende vorm om gewoon een standpunt naar voren te brengen.

Maar wat is nou het punt? Let op, want in dit boek. Ik heb even de Nederlandse vertaling erbij gepakt want ja, je kan niet weten... en daarin staat het volgende:

"de dialoogvorm" Let op! "..in andere wijsgerige dialogen te denken valt aan Plato en Berkeley" zie ik net "..  bestaat doorgaans geen twijfel over wie de held van het stuk is" 

Dus wie in feite de protagonist is...waar je het eigenlijk mee eens moet zijn "of de winnaar is van een discussie"

Dus normaal gesproken weet je precies wie de protagonist is, wie de positie is die eigenlijk het juiste verkondigt.

"Dat is hier niet aan de hand...

De interpretatie-geschiedenis van 'de gesprekken' (the Dialogues) laat zien dat die duidelijkheid zich hier niet voordoet" Dat is interessant...dus we hebben wel een vermoeden waar Hume's zijn positie was ten aanzien van het statuut van religie maar waar stond die nou precies? Was die een harde gelovige? Dat gelooft niemand. Was die in een creationist, dacht dat er een maker was van de kosmos?

Of was die eerder iemand die dacht: "Nee, religie is een vorm van expressie van het natuurlijk denkvermogen van de mens".

Nou ja, dat is dus niet helemaal duidelijk en dat is nou zo opmerkelijk omdat in al die andere dialogen wel heel duidelijk is. Maar let op..

van "Joh, geloven en anders niet" nooit als spreekbuis van Hume  gezien  word" zei ik net al "ligt dit zeker anders voor Cleanthes en Philo" Filo, Phylo, geen idee...

"Tegelijk is het uiteraard zo dat identificatie van Hume met één van de deelnemers afzonderlijk kan worden afgewezen. Ze zijn allemaal gezamenlijk Hume"

Dus eigenlijk zijn de dialogen een soort interne dialoog. Hume die heeft gedacht het is misschien zus, het is misschien zo en het is misschien zo. En er zijn drie standpunten waar ik zelf ook mee twijfel. En als ik nou gewoon eens net doen alsof ik op die positie sta en dan sta ik op die positie en dan sta ik op die positie. En zo ben ik eigenlijk met mezelf in gesprek. En zo'n interessant idee want wie heeft dat niet?

Dit is toch geen mens die alles zeker weet en overal maar één mening over heeft? Twijfelen zoals Descartes ons al leerde is toch iets waar we als mens behoorlijk zeker van zijn dat we dat altijd doen. Dus let op....

"We zagen in de inleiding al dat Hume reeds in 1751 het herhaaldelijk verzoek deed aan zijn vriend Gilbert Elliot of Minto om de positie van Cleanthes te helpen versterken"

Dus hij zag zelf al in dat één van de drie posities, Cleanthes, van de horlogemaker van het creationisme dus eigenlijk te zwak was.....en let op want hij had een goede reden.

"Daar komt bij dat Philo diegene is die het meest consequent volgens een Hume's kennistheoretische beginselen redeneert"

Kennistheoretische beginselen, wat bedoel je daarna weer mee? Philo? Nou. kennistheoretisch is eigenlijk precies wat die Kant ook met bezig was van 'Op welke manier kunnen we nou tot kennis komen? Welke theorie kunnen we daarover hebben?

Hoe komen we tot kennis? Door te denken of door te kijken of door een combinatie? Of op een nog weer op een andere manier...

"terwijl Cleanthes en de Medea dat slechts doen wanneer zij voor de gelegenheid optrekken met Philo"

Dus die Cleanthes en die Demea, dat zijn eigenlijk een stelletje mooi-praters. Die gaan gewoon mee met die Philo, die denken nou moet er niet teveel huppeketee, hakken in het zand tegenin....ik moet wel in hetzelfde discours blijven.... de indruk wekken dat ik die ander toch ook respecteer en zijn positie...maar ja, ik doe het eigenlijk alleen maar om ervoor te zorgen dat ik zelf dat er nog naar mij ook geluisterd wordt... Want ja, ga jij naar iemand luisteren die die er continu haaks tegenin gaat... op een gegeven moment je denk je 'Joh, het is goed, ik ga rechts, jij gaat links, de groeten!

Let op, het gaat door...

"op deze momenten" dus dat ze met elkaar in gesprek waren "is er in het gesprek sprake van gelegenheidscoalities" een soort poldermodel voor het moment "tussen Philo en Demea tegenover Cleanthes en van Philo en Cleanthes tegenover de Demea.."

Dus dat waren gelegenheidscoalitie....mmmm, een soort kortstondige verbanden, overeenstemming in om zelf een stukkie verder te komen. Ja, politiek, zeer slim!

"Het bestaan van die gelegenheidscoalities, in een discussie, is een middel dat Hume gebruikt voor een doel dat hem zeer na aan het hart ligt en waar hij in de inleiding kort op wijst, namelijk om een zo juist mogelijk evenwicht tussen de sprekers te bewaken. Jung wilde, zoals die Elliot had laten weten, er in elk geval voor te zorgen dat die banale fout voorkomen kon worden om de tegenstander alleen maar onzin in de mond te leggen"

Die Hume, dat was geen domme jongen...die Hume die was geen domme jongen, die dacht weet je die positie van die Demea vind ik niet helemaal rationeel... ben ik het eigenlijk niet mee eens...maar ja, als ik hem nou teveel uit zijn nek laat kletsen, dan voelt iedereen meteen aan dat ik niet die positie heb. En ja, als ik hem dus zo duidelijk iets laat zeggen dat niet klopt, dan wordt dat meteen terzijde geschoven. Tegelijkertijd natuurlijk - maar dat slaat niet direct met dat boek -  als natuurlijk die positie van die Demea bijvoorbeeld, die zo stellig gelooft  en alleen maar gelooft.. dat waren ook heel veel mensen die tijd hadden. Dus die mensen hier lazen die dachten van "nou, ik moet het eens even lezen wat die Hume schrijft over de religie want uh oh jee, als je maar niet begint te knagen aan de wortels van ons geloof"

"Ja, ja....ik kan mij wel herkennen in die Demea! Daar staat wat ik ook vind en dan meteen een goed boek"

Ik heb al eerder gezegd als je je kunt herkennen in wat er staat, als je je kunt vereenzelvigen met wat je leest. Als je eigenlijk dat leest wat je zelf wat wilt opschrijven, dan wordt het voor jou gewoon een heel goed boek. Hume was erop uit om iedereen in het gesprek te houden....maar let op! Hoe kun je daar nou achterkomen wat zijn werkelijke positie is? Daarvoor gaat het volgende hoofdstuk 'Ironie' "Philo's Ironie...bij het spel dat Hume door middel van deze dialoogvorm in de gesprekken voert, hoort ook het literaire middel van de ironie"

"Onder ironie verstaan we, aldus de Van Dale, "het uiten van gedachten, meningen, het doen van mededelingen en dergelijke op zo'n manier dat het duidelijk is dat het te verstaan gegeven niet in al zijn aspecten serieus hoeft worden opgevat"

Haha..dus ironie is een manier waarop de degene met die het juist kan verstaan merkt...hé, daar zit een andere laag onder.

Ik vind ironie altijd een prachtig middel. Want als je zelf met enige ironie over iets spreekt, dan kun je feilloos aanvoelen of die ander  - als de jou ironie niet aanvoelt -  in staat is om die andere aspecten te zien.

De meeste mensen die een ironische opmerking niet als zodanig kunnen detecteren, zitten heel erg vast aan hun meningen. Die zitten heel erg geplakt aan hun gelijk, die denken 'het is zo' en die zien maar één niveau en niks anders. Maar door de ironie ga je als het ware undercover en ga je onder de rand van de waarheid...je gaat onder het plafond van die waarheid... je gaat het onder het onder het gelijk van die waarheid ga je zitten....je gaat een beetje zitten graven en de juiste verstaander je verstaat twee dingen.

Die verstaat de twijfel van de spreker...maar die verstaat ook dat er iemand is die niet twijfelt en in zijn twijfel misschien wel het meest vastzit. Zo krijgen die filosofen het iedere keer weer voor mekaar...net als je denkt ik weet zeker dat koop je een boek dan lees je het en denk je: 'mijn God, hoe meer wijsheid van de wereld ik in mijn mentale décor toelaat, hoe verwarder het wordt...

Een wijs iemand is iemand die zich laaft in zijn steeds groter wordende on-wijsheid...

 

Blijf op de hoogte van mijn Webinars,
Trainingen en Special Events

Schrijf je in op onze mailinglijst en je hoort als eerste als ik nieuwe video's en andere content release. Profiteer van 'early bird' aanbiedingen en wees een van de eerste die alle updates te horen krijgt.

Subscribe
Close

50% Complete

Halverwege...

Vul je naam en beste emailadres We gaan je niet spammen en je kunt je ten allen tijden weer gemakkelijk uitschrijven. Beloofd!